BlogJob

Gives you a hell of a blogJob

Notes

Woest en ongeremd wellustig

Dat is de ware vrouwelijke aard. Er was ooit een voorchristelijke tijd waarin mannen zelfs een beetje bang waren voor de onverzadigbare seksuele drang van vrouwen die zo heftig was dat ze in de literatuur als draak werd voorgesteld. 

Schrijfster Lisette Thooft (1953) rekent in haar nieuwe boek ‘De onverzadigbare vrouw en de afwezige man’ af met het idee van de machteloze en onderdrukte vrouw.  Het in West-Europa lang gekoesterde beeld van het kwetsbare wezentje dat door mannen wordt overheerst, berust op een ernstige misvatting. Sterker nog; in relaties met mannen zijn vrouwen juist claimend, bemoeizuchtig, bezitterig, bazig, controleerderig  en lastig, meent Thooft. De auteur komt niet alleen als ervaringsdeskundige tot dit harde oordeel. Thooft baseerde zich eveneens op oude mythen en sagen waarin door de eeuwen heen de relaties tussen mannen en vrouwen wordt geschetst.

Vanuit haar lichte woonkamer staart ze over de zompige graspolders van Broek in Waterland. Het is inderdaad moeilijk voorstelbaar dat er in deze kleine, tengere en bijna breekbaar ogende vrouw een wellustige draak verscholen gaat.  Ze zegt: „Natuurlijk is dit boek een antwoord op een persoonlijk probleem. Ik vroeg mij opeens af waarom ik altijd zulke verschrikkelijke slechte relaties had met mannen terwijl ik juist gek op ze ben. Al die mannen die ik heb gehad, deugden niet. Er was iets mis mee. Daar was ik van overtuigd. Zo stellig dat ik ze soms meesleepte naar de psychiater om ze na te laten kijken. ‘Het heeft vast iets te maken met zijn moeder’ zei ik ooit tegen de bekende psychiater Jan Foudraine, toen ik weer eens met een man op de stoep stond. Foudraine zei toen: ‘Lisette, het is alsof je een defect huishoudelijk apparaat ter reparatie aanbiedt’.

Ze lacht er nu om. „Ik ben toen eerst eens zeer kritisch naar mezelf gaan kijken en vervolgens naar de vrouwen en hun mannen om mij heen. Ik zag plotseling hoe bazig en bitcherig die vrouwen waren terwijl hun mannen een enigszins sukkelige, wat afwezige indruk maakten. Het was een patroon, een vast gegeven in veel relaties. Dat zette me aan het denken en ben ik literatuuronderzoek gaan doen.

Thooft zag hoe de machtsstrijd zich tussen de seksen ontrolt. Ze stuitte op een enorme hoeveelheid mythen en sagen barstens vol ‘woeste op seks beluste wijven’ die vrijwel doorlopend genomen wensten te worden. Een aantal van die verhalen nam Thooft in haar boek op waaronder de vermakelijke saga van Beowulf. Deze koene ridder strijdt in een onderwatergrot met zijn onoverwinnelijk glanzende, keiharde zwaard tegen een libidineuze draak. Uiteindelijk rijst hij uit het water op met een aandoenlijk slap hangend degentje.

Thooft: „Het vrouwelijk oergebaar is: het moet erin. Bij mannen: het moet eruit. In de middeleeuwen wordt vrouwelijke seksuele drift aan banden gelegd omdat het de enige manier is waarop van een verdere beschavingsontwikkeling sprake kan zijn. De seksen komen tot een vergelijk: laten we de drift omzetten in een spel. Daaruit is de gehele hoofse epiek voortgekomen.’’

Thooft stelt vast dat in de strijd tussen de seksen de vrouw niet bepaald de tweede viool speelt. Zij deelt de klassieke feministische opvatting dat vrouwen ‘goed en kwetsbaar en louter liefdevol’ zijn dan ook niet. Is de verschrikkelijke wraak van Anja Meulenbelt al op haar neergedaald? „Ik ben het niet eens met feministen omdat zij het idee hadden dat je seksestrijd in een paar decennia kunt oplossen met de vaststelling dat vrouwen lief en mannen boosaardig zijn. Ik bestrijd ook de opinie van de neo-darwinisten die betogen dat er sinds de pre-historie vrijwel niets i veranderd en dat wij allemaal naakte apen zijn waarover een dun laagje beschaving is getrokken. Nee, we zitten in een proces van wederzijdse beschaving. Mannen en vrouwen voeden elkaar nu op. We naderen na al die eeuwen strijd het punt van volwassenheid. Die feministen hebben een heel eigen verhaal in elkaar getimmerd. Ze hebben de beteugeling van de vrouwelijke drift als ‘onderdrukking door de man uitgelegd’. Ik toon aan dat dat grote flauwekul is. De feministen hebben een zeer negatief vrouwbeeld. Ze zeggen dat vrouwen door de eeuwen heen zo stom zijn geweest om zich te laten onderdrukken. Vrouwen zijn heel manupulatief. Ik zie het  aan mezelf. Ik gedraag me opzettelijk onhandig als ik bij manne iets gedaan wil krijgen. Ik speel zonder scrupules de rol van slachtoffer als mij dat goed uitkomt. Als mannen maar voor me draven, dan is het goed. Ik heb ze aan een touwtje. Hoezo, onderdrukte zielepiet? Als de wittebroodsweken voorbij zijn, slaat het echtpaar aan het knokken. In negen van de tien relaties is strijd. Vrouwen zijn beter uitgerust om die strijd te winnen. Vrouwen kunnen uren lang over hun emoties praten bij voorbeeld. Een man houdt dat nog geen half uur vol en gooit dan de handdoek in de ring. Vrouwen gaan op zo’n moment door. Ziejewel… slappeling… nu geef je al weer op zeker?  Enzovoort enzovoort… Feministen bestrijden dat. Zij gaan gewoon voorbij aan de realiteit van alledag.’’

Simone de Beauvoir draait zich nu waarschijnlijk om in haar graf.

Thooft weet zeker dat de nieuwste feministische golf waar zij in ons land boegbeeld van is, zal aangroeien. „Ik las laatst een verhaaltje over een nieuw warenhuis waar je mannen kan kopen. Op de eerste verdieping verkopen ze mannen et een goede baan. Op de tweede verdieping zien ze er ook nog leuk uit. Op de derde verdieping kunnen ze ook koken en houden ze van kinderen. Op vier hebben ze daarbij gevoel voor humor en kunnen ze goed over gevoelens praten. Ze worden bij iedere etage beter. De vrouwen stuiven allemaal omhoog naar de bovenste verdieping waar slechts een bord met opschrift hangt: Hier zijn geen mannen te koop. Deze verdieping is er alleen maar om te bewijzen dat vrouwen nooit tevreden zijn.’’

Ze moet erom lachen en zegt: „Zo grappig en zo waar.’’