Tering. Vandaag las een leerling van het VMBO dit gedicht voor van onze eigen Martinus. Heel bekend, maar door mij vergeten. Hoewel het haaks op de tijdgeest lijkt te staan, heeft het toch iets. Het werkt. Tenminste, het probeert iets te zeggen en dat lukt ook. Ik wist helemaal niet dat ze zich op die school met dit soort fijne flauwekul bezighielden. Het heeft hoegenaamd geen reet met on-line marketing te maken enzo… en het bevat ook helemaal niks van die melige leukigheid waarmede alles thans doordrenkt is… nou ja… Kennen jullie dit gedicht nog?
Het kind en ik
Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.
Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.
Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.
Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.
En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.
Uit: Nieuwe Gedichten, 1934.
